Ondersteuning voor professionals
Bekijk snelle antwoorden op veelgestelde vragen over onze producten, diensten en ondersteuning. Ontdek eenvoudig de informatie die u nodig hebt om uw ervaring te verbeteren en uw vragen efficiënt te beantwoorden.
- Algemene vragen
- Hoortoestellen gebruiken
- Softwareproblemen
- Remote Adjust
- Foutberichten
Algemene vragen
De volgende sectie bevat programmeerinformatie, informatie over de programmeerkabel en iCube II-programmeerinformatie.
Programmeerinformatie
De programmeerinformatie voor elke model staat hieronder.
IHO's
Batterij: Moet worden verwijderd wanneer programmeerkabel wordt gebruikt. Plaats wel een batterij bij gebruik van iCube II.
Batterijlade: Moet worden verwijderd om kabel te plaatsen. Er moet een batterij worden geplaatst en de lade moet worden gesloten wanneer iCube II wordt gebruikt.
Aan-uit schakelaar: Er is geen fysieke schakelaar op het hoortoestel. Het hoortoestel schakelt in zodra de programmeerkabel is aangesloten of wanneer de batterijlade met batterij is gesloten bij gebruik van iCube II.
10A kabel: 10A programmeerkabel (wit). Plaats de rechter of linker programmeerkabel in het bijbehorende toestel. Let op: Het gebruik van de zwarte 10A kabel wordt ontraden omdat deze schade kan veroorzaken aan de batterijcontacten.
312 en 13 kabels: DIN/Batterij kabel stijl 5. Plaats de rechter of linker programmeerkabel in het bijbehorende toestel. Let hierbij op de juiste batterijmaat.
AHO en Moxi familie (RIC)
Batterij: Moet worden verwijderd wanneer programmeerkabel wordt gebruikt. Plaats de batterij in het batterijklepje als u programmeert met de iCube II of NOAHlink Wireless.
Batterijlade: Moet worden verwijderd om kabel te plaatsen. Moet worden gesloten (na het plaatsen van de batterij) als u de iCube II of NOAHlink Wireless gebruikt.
Aan-uit schakelaar: Er is geen fysieke schakelaar op het hoortoestel. Het hoortoestel wordt ingeschakeld zodra de programmeerkabel wordt aangesloten of het batterijklepje (voorzien van een batterij) wordt gesloten bij gebruik van de iCube II of NOAHlink Wireless.
Kabel: DIN/CS44 stekkerkabel stijl 4.
(Opmerking: De bediening van het hoortoestel, accessoires, Easy-t, audiostreaming en automatische microfoonopties worden tijdens de programmering gedeactiveerd.)
Informatie over de programmeerkabel
De programmeerkabel voor elke model en batterijlade wordt aangegeven in de onderstaande tabel.
IIC's (micro CIC) en IHO's
HI-PRO kabels 2m:
Rechts, Rood | 10A | 058-0099 | (wit) |
Rechts, Rood | 312 | 058-5008 | (521-383-008) |
Rechts, Rood | 13 | 058-5010 | (521-384-008) |
Links, Blauw | 10 A | 058-0098 | (wit) |
Links, Blauw | 312 | 058-5007 | (521-383-007) |
Links, Blauw | 13 | 058-5009 | (521-384-007) |
NOAHlink-kabels 0,5 m:
Rechts, Rood | 10 A | 058-1070 | (wit) |
Rechts, Rood | 312 | 058-5122 |
|
Rechts, Rood | 13 | 058-5124 |
|
Links, Blauw | 10 A | 058-1071 | (wit) |
Links, Blauw | 312 | 058-5123 |
|
Links, Blauw | 13 | 058-5125 |
|
AHO's en Moxi familie
HI-PRO kabels 2m: DIN/CS44 stekkerkabel stijl 4
Rechts, Rood | 058-5006 | (521-381-008) |
Links, Blauw | 058-5005 | (521-381-007) |
Algemeen zwart | 058-5078 |
|
NOAHlink-kabels 0,5 m:
Algemeen zwart | 058-5059 |
Informatie over programmeren met iCube II
iCube II is beschikbaar voor draadloos programmeren.
Een iCube II gebruiken voor programmeren:
Zorg ervoor dat het Bluetooth® pictogram in de werkbalk blauw is. Als het pictogram rood is:
- Controleer bij gebruik van een extern Bluetooth-apparaat of dit is aangesloten
- Controleer bij gebruik van een intern Bluetooth-apparaat of dit is ingeschakeld
- Controleer de handleiding van uw computer voor het activeren van Bluetooth
Controleer of de iCube II is ingeschakeld en of de batterij is opgeladen.
Zorg dat de iCube II zich binnen 10 meter van de programmeercomputer bevindt.
Als u iCube II gebruikt via een USB-verbinding, controleer dan de USB-kabel en zorg ervoor dat deze goed is aangesloten op de computer en iCube II.
- Klik op 'Opties' in de bovenste menubalk en selecteer 'iCube II-configuratie'
- Let erop dat ‘Schakel iCube II in voor aanpassing’ is aangevinkt.
- Klik op de knop 'iCube II toevoegen...'. Volg de instructies in de iCube II Pairing Assistent.
Na toevoegen van iCube II kunt u deze programmeerinterface gebruiken voor het programmeren van uw draadloze hoortoestellen. iCube II moet opgeladen zijn en geactiveerd zijn in de software voordat de draadloze programmering kan worden gedaan. Lees de iCube II handleiding voor meer details over iCube II functies. Algemene stappen voor het programmeren met iCube II vindt u hieronder:
- Plaats de batterij in het hoortoestel en sluit de batterijlade
- Plaats hoortoestellen in de iCube II-neklus/antenne of laat uw cliënt de hoortoestellen in zijn/haar oren dragen en hang de iCube II-neklus om zijn/haar hals
- Selecteer iCube II als de gewenste programmeerinterface in het keuzemenu op het scherm Toestellen>Selectie.
- Klik op de knop Detecteren. Er wordt een dialoogvenster Detectie geopend.
- Nieuwe draadloze AHO- of RIC-aanpassingen moeten toegewezen worden aan het linker- of rechtertoestel met behulp van de toewijzingsknop in het dialoogvenster Detectie.
- IHO-aanpassingen zijn tijdens het productieproces al toegewezen aan het rechter- of linkerhoortoestel.
Programmeren met NOAHlink Wireless-gegevens
Installeer Unitron TrueFit voordat u de NOAHlink Wireless verbindt met een computer. Het stuurprogramma voor de NOAHlink Wireless wordt geïnstalleerd tijdens de installatie van Unitron TrueFit.
Als Unitron TrueFit geïnstalleerd is, verbindt u de NOAHlink Wireless door middel van de meegeleverde USB-kabel met een USB-poort van de computer. Als het groene indicatorlampje 2-3 seconden oplicht, betekent dat dat de NOAHlink Wireless werkt.
- Zet de NOAHlink Wireless op de tafel. Zorg ervoor dat er geen voorwerpen staan tussen de NOAHlink Wireless en de hoortoestellen en dat de hoortoestellen zich binnen een straal van 3 meter bevinden.
- Verbind de NOAHlink Wireless niet met een USB-hub waaraan ook andere USB-apparaten (zoals een Bluetooth-dongle) zijn aangesloten, aangezien dit de werking van het apparaat nadelig kan beïnvloeden
- Als u de hoortoestellen afstelt in een geluiddichte cabine, plaats de NOAHlink Wireless dan in of vlak naast de cabine
- Aanbevolen wordt om geen USB-kabels langer dan 3 meter te gebruiken om de NOAHlink Wireless met de computer te verbinden.
Plaats de batterijen in de hoortoestellen en sluit de batterijklepjes.
Kies de NOAHlink Wireless als programmeerinterface.
Druk op de knop Detecteren.
Identificeer de hoortoestellen door op de drukknop van de hoortoestellen (indien aanwezig) te drukken. U ziet dan een markering in het dialoogvenster. Of klik op de knop Toon afspelen om een toon af te spelen in het bijbehorende hoortoestel.
Wijs de zijde-informatie toe aan de hoortoestellen.
Klik op Doorgaan om door te gaan.
Ja, wijzigingen in de equalizerinstellingen zijn te zien in de App Equalizer-toolbox op het Fijnafstellingscherm onder Aanpassing. Wijzigingen aan het automatische programma worden toegepast op alle omgevingen en worden niet voor elke omgeving afzonderlijk bijgesteld.
Om de gewenste taal voor de Getting Started Gids te kiezen, klikt u op Bestand > Print en selecteert u de taal voor de Getting Started Gids uit de lijst. U kunt de Getting Started Gids(en) vervolgens printen of naar het scherm Einde aanpassing > Aanpassingsoverzicht gaan. Selecteer hier een taal onderaan het scherm, vink aan welke Getting Started Gidsen u wilt printen en klik op Printen.
Om het technologieniveau van een FLEX:TRIAL-toestel te wijzigen gaat u naar Toestellen > Technologiewijziging , klik op het nieuwe technologieniveau dat u wilt gebruiken en volg de instructies op het scherm. Mogelijk wordt u gevraagd om het technologie niveau van een FLEX:TRIAL-toestel te wijzigen via het dialoogvenster Detectie. Wanneer u het technologieniveau wilt wijzigen, volg dan de instructies op het scherm.
Ga naar Einde aanpassing > HT-Setup en selecteer onder TV Connector het vakje ‘Handmatig’ (niet beschikbaar voor pre-Discover-hoortoestellen).
Zodra apparaten worden gedetecteerd, leest TrueFit de laatste equalizerwaarden. Het voorbeeld in de toolbox laat zien of de cliënt wijzigingen heeft aangebracht in het programma dat u bekijkt. Als er wijzigingen zijn gemaakt, dan ziet u deze in de App Equalizer-toolbox op het scherm Fijnafstelling onder Aanpassing. Als uw cliënt het geselecteerde programma niet heeft gewijzigd, worden de waarden ingesteld op nul. Opmerking: App Equalizer-wijzigingen in gestreamde signalen, zoals MediaNav, Bluetooth-telefoon en Roger Direct, worden niet weergegeven in TrueFit.
Klik op het label onder elk schuifje om de gebied in de curveweergaven uit te lichten: lage, midden- en hoge frequentie.
De pediatrics-aanpasmodus kan worden aangepast via het pictogram Aanpassingsmodus, rechtsboven in de TrueFit-software. Klik op het pictogram om de opties voor de standaard en pediatrics aanpasmodus te bekijken. Wanneer u één van deze opties selecteert, kunt u de wijziging van de aanpasmodus accepteren of annuleren. Bij een nieuwe aanpassessie voor een kind zal de keuze voor een pediatrics aanpassing automatisch worden weergegeven in het dialoogscherm.
Om wachtwoordbeveiliging in te stellen, gaat u naar Opties > Voorkeuren > Aanpassessie > Aanpassen, vinkt u het vakje naast Aanpassingen met wachtwoordbeveiliging inschakelen aan en voert u het wachtwoord in dat u wilt gebruiken. Wanneer deze optie is geselecteerd en u een aanpasing opslaat in een hoortoestel, kan de aanpasinformatie niet worden teruggelezen van het hoortoestel, tenzij het juiste wachtwoord wordt ingevoerd in de software Wachtwoorden zijn hoofdlettergevoelig en er is geen limiet op het aantal pogingen (voor het geval dat u het wachtwoord van uw computer hebt verwijderd en hetzelfde wachtwoord opnieuw moet invoeren).
- Controleer of iCube II is ingeschakeld en de batterij is opgeladen
- Schakel iCube II in via Opties > iCube II Configuratie
- Gebruik de special iCube II dongle
- Zorg dat de iCube II zich binnen ca. 10 meter van de computer bevindt.
- Doe een check van de iCube II. Ga hiervoor naar het menu Opties > iCube II Configuratie menu. Als tijdens de iCube II-check de iCube II niet kan worden gevonden, verwijder de iCube II dan uit Unitron TrueFit en klik vervolgens op iCube II toevoegen om de iCube II opnieuw toe te voegen.
Om een aanpassing over te zetten naar een FLEX:TRIAL-toestel, opent u eenvoudigweg de bestaande aanpassessie, sluit u het FLEX:TRIAL-toestel aan op de programmeerinterface van uw keuze en klikt u op Detecteren. In het dialoogvenster Detectie wordt u mogelijk gevraagd om het technologieniveau van het toestel te wijzigen en krijgt u de optie om de aanpassing van de huidige open sessie of van het nieuw gedetecteerde hoortoestel te gebruiken. Selecteer de optie om de aanpassing van de huidige open sessie te gebruiken (d.w.z. de eigen apparaatinstellingen van de cliënt) en sla deze vervolgens op in de FLEX:TRIAL-toestellen.
Deze markeringen geven de oorspronkelijke posities aan van het moment waarop de hoortoestellen werden gedetecteerd. Dit is een visuele herinnering van de oorspronkelijke instellingen van uw cliënt voordat u de schuifjes verplaatst of op reset drukt.
Met de resetknop keren alle schuifjes terug naar de standaardpositie (nul) voor het geselecteerde programma. De curves worden aangepast aan de wijzigingen, en de App Equalizer-instellingen voor dat programma worden gereset op de hoortoestellen.
Remote adjust is beschikbaar voor Discover Next-producten vanaf Remote Plus-versie 3.0 en voor Blu-producten vanaf versie 4.0.
Remote Plus versie 4.1 is vereist om aanpassingen te doen met de functies voor aanpassingen op afstand van Blu.
Als deze beschikbaar is in het hoortoestel, dan kan de tinnitusmaskeerder worden geactiveerd onder Aanpassing > Fijnafstelling in het taakvak Tinnitusmaskeerder. Hier kunt u de tinnitusmaskeerder activeren (R/L/R+L) in het programma dat u geselecteerd hebt. Nadat u de functie hebt geactiveerd, kunt u bepalen of het niveau van de maskering in het huidige programma kan worden aangepast met de bedieningsknoppen op het hoortoestel of met de afstandsbediening. U kunt ook het voorgeschreven lawaainiveau aanpassen in de software.
De standaardinstellingen voor elke aanpasmodus kunt u wijzigen in Opties > Voorkeuren > Aanpassessie > Aanpasmodus. De huidige standaardinstellingen staan in de tabel. Deze kunnen worden uitgeklapt en aangepast door te klikken op het gewenste item en deze vervolgens aan te passen via het keuzemenu.
Er zijn verschillende feedback manager-sterktes beschikbaar onder Aanpassing > Configuratie eigenschappen > Feedback Manager zodat artsen verschillende niveaus van feedback en andere problemen met de geluidskwaliteit kunnen verhelpen. De standaardinstelling is 'Gemiddeld' voor het automatische programma en alle handmatige akoestische programma's nadat de feedbackoptimalisatietest is gedaan. Deze instelling geeft de beste resultaten van het feedback management systeem. In die gevallen waarbij een cliënt melding maakt van vervorming van toonsignalen (bijvoorbeeld in muziek) of bepaalde omgevingsgeluiden, kan de hoorspecialist de sterkte van de feedback manager stap voor stap verlagen om een goede balans te vinden tussen onderdrukking van feedback en het vermijden van vervorming.
Hoortoestellen gebruiken
Ja. U kunt de drukknop configureren als volumeregelaar als deze optie beschikbaar is onder Einde aanpassing > HI-instellingen . In dit scherm vindt u een configuratiemenu voor de drukknop met verschillende opties, zoals Volume; Rechts harder, Links zachter. Sommige opties hebben DuoLink waarmee de cliënt beide toestellen kan wijzigen door op de drukknop van één hoortoestel te drukken.
Als u NOAHlink of HI-PRO gebruikt, verwijder dan de batterijen uit de hoortoestellen. De benodigde stroom wordt geleverd door het betreffende programmeertoestel. Als u een draadloos programmeertoestel gebruikt, moet u de batterijen in het hoortoestel plaatsen of ervoor zorgen dat de hoortoestellen 3 uur voor het programmeren zijn opgeladen.
Het opstartprogramma wordt geselecteerd in het scherm Einde Aanpassing > HT-Setup in de box Opstart Instellingen. De opties voor het Opstartprogramma kunnen worden gewijzigd met behulp van de instellingen in de box Programma Toggle Uitzonderingen wisselen op het scherm Einde Aanpassing > HI-Setup . Elk programma dat door de hoorspecialist is verwijderd uit de programmareeks (zoals Automatisch, Easy-t of Easy-DAI) wordt ook niet meer opgenomen in de opties voor het opstartprogramma.
Het bereik van de volumeregeling kan geconfigureerd worden in het scherm Einde Aanpassing > HI-Setup in de box Volume Instellingen. Hier kunt u de optie VC Harder (uit, 6 dB, 10 dB) en VC Zachter (uit, 6 dB, 10 dB, 20 dB) selecteren. Deze keuze bepaalt het algehele bereik van de volumeregeling.
Op het scherm Einde Aanpassing > Tonen in box Test periode staat in het linker- en rechtermenu hoe lang de testperiode ongeveer duurt.
Met de feedbackoptimalisatietest wordt de maximale stabiele versterking bepaald die kan worden geleverd in een afzonderlijke aanpassing om ervoor te zorgen dat er geen feedback is. Als door de feedbacktest inderdaad de beschikbare versterking te ver is beperkt, kan het feedbackpad worden verbeterd en kan de test hierna opnieuw worden uitgevoerd. Hiervoor kan de hoeveelheid venting worden beperkt, de pasvorm/fixatie van het oorstukje worden verbeterd met een meer geblokkeerde dome voor toestellen met een dunne slang en RIC-aanpassingen. Wanneer de akoestische koppeling in een aanpassing wordt gewijzigd, wordt de audicien aangeraden eerst te navigeren naar het scherm Toestellen > Akoestiek om de akoestische wijziging correct op te nemen in de softwarelogica en vervolgens de feedbackoptimalisatietest opnieuw uit te voeren via scherm Aanpassing > Feedbackoptimalisatie . Indien beschikbaar, kunt u ook het selectievakje aanvinken om de versterking met maximaal 5 dB te verhogen.
Hoortoestellen van Blu en Discover Next hebben RogerDirect, wat inhoudt dat ze zonder extra hardware Roger-microfoons kunnen gebruiken zodra de ontvangers zijn gekocht en geïnstalleerd.
De meeste andere hoortoestellen van Unitron zijn compatibel met alle toonaangevende FM-systemen, zoals SmartLink, Zoomlink en Roger. Voor de FM-aanpassingen met standaard AHO-toestellen en universele audioschoenen kan de FM-ontvanger met een standaard driepolige eurostekker in de audioschoen worden gestoken. De hoorspecialist dient een DAI-programma toe te voegen onder Aanpassing > Programma Manager. Als er een FM-systeem met een neklustype wordt gebruikt, dan dient de hoorspecialist een ringleidingprogramma toe te voegen via Aanpassing > Programma Manager. De inputoptie kan worden geconfigureerd op het scherm Aanpassing > Configuratie eigenschappen. Kies de box Input voor het gewenste programma. Daarnaast kunnen voor alle draadloze apparaten FM-ontvangers met een driepolige Eurostekker in de onderkant van de optionele uDirect 3-nekaccessoire worden gestoken. In deze gevallen wordt het FM-signaal geleverd via het draadloze uFM-programma.
De volumeregeling kan worden uitgeschakeld in Einde Aanpassing > HI-Setup met de box Volume Instellingen. Hier kunt u VC Harder en VC Zachter op ‘Uit’ zetten. U kunt de keuzemenu's die zijn gekoppeld aan de regelingen van het hoortoestel zo configureren bij Einde aanpassing > HI-Setup dat de volumeregeling niet wordt opgenomen (bijvoorbeeld door de drukknop/draaiknop in te stellen op Uit in het desbetreffende menu.
De programmaknop en de volumeregelaar zijn net als alle cliëntfuncties uitgeschakeld tijdens het programmeren. Zorg ervoor dat het toestel na het programmeren opnieuw wordt opgestart door de batterijlade te openen en te sluiten. Dit verzekert u ervan dat alle cliëntfuncties, waaronder de programmaknop en volumeregeling, weer zijn ingeschakeld. Het kan ook voorkomen dat het standaard volume en de frequentie van de tonen niet ideaal is voor de mate van gehoorverlies van de cliënt, of dat de tonen zijn uitgeschakeld. Ga in dat geval naar het scherm Einde Aanpassing > Tonen . Pas de toonintensiteit en het frequentieniveau van de tonen aan via de keuzemenu's in de box Tonen instellen om de hoorbaarheid van de indicators te verbeteren. In de box Activeer toon kunt u ook de gewenste opties voor de toonindicators activeren/deactiveren.
De hoeveelheid versterking van de hoge frequenties op de hoortoestellen kan worden bepaald door een aantal factoren. Hoorspecialisten die een betere versterking van de hoge frequentie willen instellen, moeten ervoor zorgen dat de toestellen zijn berekend op het gewenste doelniveau met het pictogram Herberekenen op de werkbalk. Daarnaast moet de akoestiek van de gebruikte hoortoestellen ook worden geconfigureerd in de software in het scherm Toestellen > Akoestiek , zodat de berekeningslogica klopt. Als er meer versterking gewenst is, kan de hoorspecialist ook naar Aanpassing > Fijnafstelling gaan en hier de instelling voor Adaptatie Manager verhogen in de box Adaptatie Manager.
Daarnaast kan de beperking van de beschikbare versterking die kan optreden na de feedbackoptimalisatietest, de hoeveelheid beschikbare versterking van hoge frequentie belemmeren voor een bepaalde aanpassing. Audiciens moeten het scherm voor feedbackoptimalisatie bekijken om te bepalen of de momenteel gebruikte koppeling en akoestische eigenschappen van de aanpassing hebben geleid tot een beperkte maximale, stabiele versterkingscurve na de feedbacktest. Indien nodig kan de overstap naar een meer afgesloten aanpassing de mogelijkheid bieden om meer hoge frequentie versterking te bieden.
Softwareproblemen
- Controleer of de juiste kabels worden gebruikt
- Controleer of de programmeerkabel stevig in het hoortoestel en de programmeerinterface zijn gestoken
- Wordt de juiste Unitron-software gebruikt? De oudste producten die door Unitron TrueFit kunnen worden gelezen, zijn Quantum en Moxi. Oudere producten, zoals Passport en Latitude, moeten worden gelezen in U:fit
- Plaats een nieuwe batterij in het hoortoestel en luister ernaar om te controleren of dit werkt.
Als u al het bovenstaande hebt geprobeerd en het probleem nog niet is opgelost, neem dan contact op met Unitron voor ondersteuning.
- Unitron TrueFit ondersteunt de volgende besturingssystemen van Windows: Windows 10 en Windows 11. Unitron TrueFit ondersteunt geen besturingssystemen van Macintosh.
- U moet beschikken over beheerdersrechten om Unitron TrueFit software te installeren. Als u Unitron TrueFit installeert zonder beheerdersrechten, mislukt de installatie
Als er andere fouten optreden tijdens de installatie, kunt u het beste contact opnemen met Unitron voor ondersteuning.
- Selecteer een ander Noah-cliëntrecord. Het cliëntrecord is mogelijk beschadigd, waardoor Unitron TrueFit niet kan worden gestart
- Deïnstalleren en herinstalleren kunnen het probleem verhelpen. Deïnstalleer Unitron TrueFit via Windows Start > Instellingen > Configuratiescherm > Programma's toevoegen of verwijderen of Start > Configuratiescherm > Een programma deïnstalleren . Wanneer de deïnstallatie is voltooid kunt u Unitron TrueFit opnieuw instaleren met behulp van de installatie-CD's.
- Selecteer een andere NOAH-cliëntrecord. Het cliëntrecord is mogelijk beschadigd, waardoor Unitron TrueFit niet kan worden gestart
- Deïnstalleren en herinstalleren kunnen het probleem verhelpen. Deïnstalleer Unitron TrueFit via Windows Start > Instellingen > Configuratiescherm > Programma's toevoegen of verwijderen of Start > Configuratiescherm > Een programma deïnstalleren . Wanneer de deïnstallatie is voltooid kunt u Unitron TrueFit opnieuw instaleren met behulp van de installatie-CD's.
Als u al het bovenstaande hebt geprobeerd en nog steeds een uitzonderingsrapport ziet, klik dan op Help > Ondersteuning > Genereer een ondersteuningspakket in het menu en verzend het aangemaakte zip-bestand naar Unitron voor ondersteuning. Een screenshot van de foutmelding is vaak handig om het probleem op te kunnen lossen. Om een screenshot te maken drukt u op de knop PrtScn op uw toetsenbord, plak de afbeelding in Windows Paint, sla het bestand op en stuur het mee als bijlage in de e-mail.
Selecteer het menu-item Opties > Voorkeuren . In het venster Voorkeuren selecteert u Presentatie. Wijzig de visuele effecten naar ‘Minimale visuele effecten’ of ‘’Geen visuele effecten’.
- Selecteer een andere NOAH-cliëntrecord. Het cliëntrecord is mogelijk beschadigd, waardoor Unitron TrueFit niet kan worden gestart
- Deïnstalleren en herinstalleren kunnen het probleem verhelpen. Deïnstalleer Unitron TrueFit via Windows Start > Instellingen > Configuratiescherm > Programma's toevoegen of verwijderen of Start > Configuratiescherm > Een programma deïnstalleren . Wanneer de deïnstallatie is voltooid kunt u Unitron TrueFit opnieuw installeren met behulp van de installatie-CD's.
Als u al het bovenstaande hebt geprobeerd en nog steeds een uitzonderingsrapport ziet, klik dan op Help > Ondersteuning > Genereer een ondersteuningspakket in het menu en verzend het aangemaakte zip-bestand naar Unitron voor ondersteuning. Een screenshot van de foutmelding is vaak handig om het probleem op te kunnen lossen. Om een screenshot te maken drukt u op de knop PrtScn op uw toetsenbord, plak de afbeelding in Windows Paint, sla het bestand op en stuur het mee als bijlage in de e-mail.
- Open Unitron TrueFit in Standalone versie. Dubbelklik hiervoor op C:\Program Files (x86)\Unitron TrueFit\TrueFit.exe.
- Klik in het menu Hulp > Hulp > Uitschrijven van NOAH. Klik daarna in het menu Hulp > Hulp > Registreer met NOAH; Unitron TrueFit is nu correct geregistreerd.
- Open Unitron TrueFit in Standalone versie. Dubbelklik hiervoor op C:\Program Files (x86)\Unitron TrueFit\TrueFit.exe.
- Klik daarna in het menu Hulp > Hulp > Registreer met NOAH; Unitron TrueFit is nu correct geregistreerd.
Remote adjust is beschikbaar voor Discover Next-producten vanaf TrueFit 4.3 en voor Blu-producten vanaf TrueFit 5.0.
TrueFit 5.1 is vereist voor gebruik van de uitgebreide remote adjust functies die zijn toegevoegd voor Blu.
Remote Adjust
Ja, eerdere aanpassingen, waaronder de eerste aanpassing, kunnen worden geselecteerd in de Remote Plus app door te navigeren naar Instellingen > Mijn hoortoestellen > Aanpassingen hoortoestel. Selecteer de gewenste aanpassing en klik op 'Aanpassing toepassen'.
De app equalizer en remote adjust gebruiken dezelfde fundamentele implementatie. Wanneer u de equalizer of remote adjust verhoogt of verlaagt, dan wordt er een versterkingscorrectie toegepast op de aanpassing. Het effect van eeen aanpassing is afhankelijk van de richting van de verandering (omhoog of omlaag) en het inputniveau (zacht of luid).
Het uitgangspunt is:
Wanneer u de versterkingscorrectie verhoogt, zal de versterking voor zachte input meer stijgen dan die voor harde input.
Wanneer u de versterkingscorrectie verlaagt, zal de versterking voor harde input meer dalen dan die voor zachte input.
De aangebrachte correctie in de Equalizer en remote adjust zijn toevoegingen, wat betekent dat er mogelijk een maximum wordt bereikt wanneer de aanpassing van de cliënt al dicht tegen een maximale output zit. Wanneer dit gebeurt zal de cliënt geen verandering merken in het geluid bij verhogen van de correctie.
Wanneer dit gebeurt raden wij u aan de cliënt uit te nodigen naar de winkel te komen om daar aanpassingen uit te voeren.
Onthoud dat wanneer uw cliënt een aanpassing toepast, de app equalizer wordt gereset naar '0'. Hierdoor kan uw cliënt om uw aanpassingen beter horen en, wanneer dat nodig is, later alsnog aanpassingen in de equalizer aanbrengen om de hoorervaring te verfijnen.
Wanneer een nieuwe aanpassing beschikbaar is gemaakt, ontvangt u een melding op uw smartphone. Klik op de melding om direct naar de aanpassing te gaan. U wordt ook gewaarschuwd in de Remote Plus app als er een nieuwe aanpassing op afstand beschikbaar is. Klik op 'Aanpassing bekijken' om het bericht te bekijken. U kunt bestaande aanpassingen ook bekijken door naar Hoortoestellen > Remote Adjust te gaan.
Wanneer de AAM niet op 100% staat in de sessie die u heeft geopend, ontvangt u een waarschuwing als u een versterkingscorrectie wilt uitvoeren voor uw cliënt. Dit is dezelfde waarschuwing als die u ontvangt in een standaard TrueFit aanpassing wanneer AAM minder is dan 100%.
Voor Blu-producten kan de frequentierespons, evenals maximaal zes aanvullende functies (microfoonmodus/dynamische ruisreductie, speech enhancement, ruisreductie, AntiShock 2, phase canceller en wind control) worden gewijzigd voor elk programma op de hoortoestellen. Het geselecteerde programma bepaalt welke parameters kunnen worden aangepast.
Voor Discover Next-producten kan de frequentierespons van elk programma op het hoortoestel worden gewijzigd.
U kunt elke correctie 15 stappen omhoog of omlaag afstellen. Elke stap is ongeveer gelijk aan 1 dB. Dit betekent dat de maximale versterkingsaanpassing die op afstand kan worden toegepast circa +/- 15 dB is. Wij zijn van mening dat u uw cliënt het beste kunt uitnodigen voor een controle in de winkel wanneer u versterkingscorrecties van 8 dB of meer moet toepassen.
Na een controleafspraak in de winkel waarbij instellingen zijn opgeslagen in de hoortoestellen, zijn alle eerdere Remote Adjust-sessies niet langer beschikbaar voor uw cliënt. Remote adjust sessies zijn altijd gebaseerd op een bekende set van parameters die onderdeel waren van de originele instellingen in TrueFit. Als u eenmaal de oorspronkelijke aanpassing in TrueFit hebt veranderd en op het hoortoestel hebt opgeslagen, zijn de versterkingscorrectiewaarden niet meer geldig, omdat deze waren gebaseerd op de oude frequentieresponse-instellingen.
Foutberichten
Zorg ervoor dat het Bluetooth®-pictogram in de werkbalk blauw is
- Wanneer het icon rood is en u een een extern Bluetooth-apparaat gebruikt, zorg er dan voor dat deze is ingeplugd.
- Wanneer het icon rood is en u een intern Bluetooth-apparaat gebruikt, zorg dan dat deze is ingeschakeld.
- Controleer uw computerhandleiding voor het activeren het Bluetooth-apparaat.
Controleer of NOAHlink is ingeschakeld en de batterij is opgeladen
Controleer of NOAHlink zich binnen een bereik van ~ 10 meter van de programmeercomputer bevindt
Voer het eigenschappenprogramma van NOAHlink uit via het menu Opties > Voorkeuren > Programmeerinterface > NOAHlink . Gebruik de tool NOAHlink-eigenschappen > Zoeken > Verbinden met de NOAHlink.
Wanneer de tool NOAHlink-eigenschappen uw NOAHlink niet kan vinden of verbinden, neem dan contact op met Unitron voor support.
- Controleer of de NOAHlink Wireless stevig in de USB-poort van de computer is gestoken
- Controleer of Bluetooth is ingeschakeld op de af te stellen hoortoestellen
- Ga naar Opties > Voorkeuren > Programmeer interfaces > NOAHlink Wireless en druk op de knop Verbinding controleren. Als er geen verbinding wordt gevonden, kan dat betekenen dat het stuurprogramma niet goed is geïnstalleerd. Installeer hier het stuurprogramma.
- Raadpleeg de probleemoplossing voor de NOAHlink Wireless van HIMSA
Als u al het bovenstaande hebt geprobeerd en het probleem nog niet is opgelost, neem dan contact op met Unitron voor ondersteuning.
- Verwijder de voedingskabel van de HI-PRO en sluit hem opnieuw aan. Controleer of het stroomindicatorlampje van de HI-PRO brandt
- Controleer de seriële of USB-kabel en ga na of hij stevig is aangesloten op het computersysteem en de HI-PRO
- Voer een HI-PRO-controle uit via het menu Opties > Voorkeuren > Programmeer interface > HI-PRO . Ga na of de verbindingsmethode van de HI-PRO overeenstemt met de huidige opstelling door te klikken op HI-PRO configuratie .
- Als u al het bovenstaande hebt geprobeerd en het probleem nog niet is opgelost, neem dan contact op met Unitron voor ondersteuning.